“Waarom Arabisch?” was zijn eerste en terechte vraag. “Spreek je al Arabisch?”
Ik vertelde dat ik goed in het Arabisch kon groeten, maar dat het daar dan wel bij ophoudt.
En ik ken ook wel wat scheldwoorden, meldde ik, maar die heb ik maar niet hardop uitgesproken.
Hij wees op het boek voor zich, kan je het lezen?
Geen letter, geen woord, helemaal niks.
Ik beheers alleen het Latijnse schrift.
We raakten steeds meer aan de praat, over taal, over didactiek, over referentiekaders en leerprocessen.
Een half uur later stond ik bij de balie van de VolksUniversiteit te pinnen.
Over drie weken begint mijn cursus Arabisch. Volgens Noureddin zit ik in april op A1 niveau.
“Wallah?” vroeg ik… “Niet goed, geld terug”, zei hij.
Ik ben benieuwd!